BLOED & BLOEDCELLEN | Bloedonderzoek

 

 

Alles over uw bloed

Bloedonderzoek

 

Bij een bloedonderzoek wordt het bloed van een patiënt afgetapt en onderzocht in een laboratorium. De bloedafname gebeurt door een holle naald in een bloedvat te brengen en het bloed in een speciaal buisje (bloedcontainer) te laten lopen. Voor het afnemen van bloed zijn de aders in de elleboog het meest geschikt, maar soms worden ook andere anders gebruikt. Om te zorgen dat de ader goed zichtbaar is, en daardoor makkelijker aan te prikken, wordt er gebruikgemaakt van een stuwband om de bovenarm. Bij kinderen wordt vaak een vingerprik en bij baby's een hielprik toegepast om bloed te verkrijgen.

Het aanprikken van een ader kan een vervelend en pijnlijk gevoel geven. Van het aftappen zelf merkt de patiënt niks. Het weer verwijderen van de holle naald uit de ader dient voorzichtig te gebeuren anders kan dat voor een beschadiging zorgen. Een goed verwijderde naald is pijnloos. Het wondje wordt meestal verzorgd met een dot medische watten en een pleister verbandje.

Vaak zit in een in de bloedafnamebuis een antistolling stof zoals heparine, EDTA of citraat, hierdoor zal het bloed vloeibaar blijven en niet stollen. Voor sommige onderzoeken moeten de bloedcellen verwijderd worden van het waterige gedeelte van het bloed. Wanneer gestold bloed wordt afgedraaid (centrifuge) heet dit gedeelte het serum, als vloeibaar (ontstold) bloed wordt afgedraaid, dan wordt plasma verkregen. Als de cellen in het bloed geanalyseerd moeten worden, wordt het ontstolde bloed (EDTA-bloed) juist niet gecentrifugeerd.

De bloedwaarden worden vervolgens geanalyseerd in een laboratorium. De uitslag van het bloedonderzoek kan tot 14 dagen duren, soms nog langer. Als het bloed niet lang ‘op kweek’ hoeft, of als er grote spoed is, kunnen de waarden van het bloedonderzoek binnen 1 tot 2 dagen bekend zijn.

 

Bloedonderzoek tijdens de zwangerschap

Aan het begin van elke zwangerschap wordt er bloedonderzoek uitgevoerd. Tijdens de gesprekken bij de verloskundige komt dit bloedonderzoek ter sprake. Het bloedonderzoek tijdens de zwangerschap heeft meerdere doelen. In de eerste plaats wordt onderzocht of er sprake is van bloedarmoede. Als de aanstaande moeder een te laag hemoglobine-niveau heeft is er sprake van bloedarmoede en zal extra ijzer en / of foliumzuur worden voorgeschreven. Ook worden tijdens het bloedonderzoek de bloedgroep en de Rhesus-D-factor vastgesteld (dit is ook nodig als u uw bloedgroep al weet). Tevens wordt het bloed onderzocht op antistoffen die schadelijk zouden kunnen zijn voor moeder en / of kind. Tijdens de zwangerschap en de bevalling kan er bloed van de baby in het bloed van de moeder komen. Als de bloedgroep van moeder en kind niet gelijk zijn kan de moeder in een dergelijk geval antistoffen aanmaken tegen het bloed van de baby, wat tijdens de zwangerschap schadelijk is voor de baby. De baby kan hierdoor bloedarmoede krijgen. Dit geldt vooral voor vrouwen die Rhesus-D-negatief zijn en zwanger zijn van een Rhesus-D-positief kind. De kans bestaat dat zij antistoffen maken tegen het bloed van hun kind.

Voor alle zwangeren geldt dat er bij een eerdere zwangerschap of bij een bloedtransfusie ook andere antistoffen kunnen zijn aangemaakt. De kans bestaat dat deze antistoffen via de navelstreng het bloed van de baby bereiken en afbreken. Als deze antistoffen bij het bloedonderzoek worden gevonden zal met extra zorg naar de gezondheid van moeder en kind worden gekeken, met een nauwkeurige administratie van de bloedwaarden.

Bij het bloedonderzoek tijdens de zwangerschap wordt ook vastgesteld of de moeder bepaalde ziektes heeft. In ieder geval wordt gekeken naar Hepatitis B, Syfilis en Hiv-aids.

Hepatitis B is een infectieziekte in de lever waarvan de drager soms niet weet dat zij besmet is. Omdat het wel gevaarlijk is voor de baby (deze kan namelijk besmet raken via het bloed van de moeder tijdens de bevalling) wordt tijdens het bloedonderzoek gekeken of de moeder drager is van Hepatitis B. Mocht dit zo zijn, dan wordt de baby na de geboorte ingeënt om besmetting te voorkomen. Voor Hiv-aids geldt qua besmetting van de baby tijdens de geboorte met het bloed van de moeder hetzelfde. Echter, tegen Hiv-aids zijn geen inentingen die de ziekte voorkomen. Bij een moeder met Hiv-aids zou wel een keizersnede gebruikt kunnen worden in plaats van een traditionele bevalling om besmetting van de baby te voorkomen. Syfilis kan al tijdens de bevalling worden overgedragen, maar met medicatie kan worden voorkomen dat de baby ook besmet raakt.

Bij sommige aanstaande moeders wordt tijdens het bloedonderzoek tijdens de bevalling nog meer onderzocht, afhankelijk van de specifieke casus van de moeder en haar situatie. Het bloed kan worden onderzocht op waarden die duiden op rode hond, waterpokken, vijfde ziekte, allerlei soa's, glucose, hormonen, en bloedziektes.

De uitslag van het bloedonderzoek wordt doorgaans besproken tijdens het volgende bezoek aan de verloskundige (tenzij er redenen zijn om eerder te overleggen).

Bloedonderzoek CEA / kanker

CEA staat voor Carcino-Embryonaal-Antigeen. Dit is een zogenaamd 'tumor geassocieerd' eiwit. Bij een bloedonderzoek CEA wordt een buisje bloed afgenomen en onderzocht op de aanwezigheid van CEA. Dit type bloedonderzoek wordt vooral aangevraagd als er aanwijzingen zijn die kunnen duiden op kanker, of als de ontwikkeling van kanker gemonitord moet worden. Bij verschillende soorten kanker kan de CEA waarde in het bloed verhoogd zijn, zoals bij darmkanker maar ook bij bijvoorbeeld borst-, long-, lever- en alvleesklierkanker. Er zijn ook goedaardige aandoeningen, zoals ontstekingen in de darm of lever, waarbij CEA in het bloed verhoogd kan zijn. Bij rokers is er daarnaast vaak een hogere CEA-waarde dan bij niet-rokers. CEA is daarom niet betrouwbaar voor het stellen van een diagnose. CEA kan wel een maatstaaf zijn voor de uitgebreidheid van kanker. CEA is namelijk vooral verhoogd als er sprake is van uitzaaiingen. Ook in dit geval geldt dat het niet volledig betrouwbaar is. Dit bloedonderzoek zal daarom altijd gedaan worden in combinatie met andere onderzoeken.

 

Bloedonderzoek leverwaarden

Een ander belangrijk en veel voorkomende vorm van bloedonderzoek is naar de waarden van de lever. Bij dit type bloedonderzoek wordt bloed afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog. Om de aders goed te kunnen zien, wordt eerst een stuwband strak aangebracht en vervolgens wordt er geprikt met een holle naald. Dan wordt de stuwband losgemaakt en stroomt het bloed voor het onderzoek in de buisjes die op de naald zijn aangesloten.

De lever is een belangrijk orgaan in het menselijk lichaam en de lever zuivert het bloed. Afvalstoffen worden door de lever afgebroken (ook alcohol en vetten) en giftige stoffen worden door de lever onschadelijk gemaakt. Een goede lever is cruciaal voor gezond bloed en voor een gezond lichaam. Bij een bloedonderzoek naar de leverwaarden kunnen de onderstaande waarden worden onderzocht.

 

Aminotransferasen (ASAT en ALAT)

Aminotransferasen (enzymen) zoals aspartaataminotransferase (ASAT) en alanineaminotransferase (ALAT) zijn in levercellen aanwezig. ALAT staat voor Alanine aminotransferase en speelt een rol in de omzetting van alanine. ALAT komt voornamelijk in het cytoplasma van de levercellen voor. ALAT komt ook voor in het cytoplasma van de cellen van het hart en de nieren. De hoeveelheid ALAT is in de hart- en niercellen echter veel kleiner dan in de levercellen. Wanneer deze cellen beschadigd raken, worden aminotransferasen aan het bloed afgegeven. ASAT staat voor Aspartaat aminotransferase. ASAT speelt een rol in de omzetting van aspartaat. ASAT komt voor in het cytoplasma en de mitochondriën van onder andere lever-, hart-, nier en longcellen. Een verhoogde ALAT- en/of ASAT-spiegel kan duiden op een leveraandoening. De ASAT-spiegel kan ook verhoogd zijn bij een hartinfarct en bij spieraandoeningen.

De normaalwaarde van ALAT is < 45 U/l
De normaalwaarde van ASAT is < 40 U/l

Alkalische fosfatase

Alkalische fosfatase is een enzym dat zich in de lever bevindt, vooral in de galgangetjes. De spiegel van alkalische fosfatase is verhoogd bij aandoeningen die leiden tot afsluiting of beschadiging van de galwegen .
Alkalische fosfatase is ook in andere weefsels aanwezig, zoals de botten en de placenta. Zijn deze aangetast, dan bevinden zich hoge concentraties alkalische fosfatase in het bloed.

De normaalwaarde voor Alkalische fosfatase = 35-120 U/L

 

Gammaglutamyltranspeptidase (GGT of gamma-GT)

GGT is een enzym dat in de lever wordt gemaakt en dat helpt bij de omzetting en vertering van voedingsstoffen. Bij bijna alle leveraandoeningen stijgt het GGT-gehalte in het bloed. Ook door gebruik van alcohol en bepaalde geneesmiddelen kan het gehalte stijgen. Bij een afsluiting van de galwegen stijgt het gehalte samen met de alkalische fosfatase.

De normaalwaarde GGT = < 50 U/L

Bilirubine

Bilirubine is een stof die ontstaat bij de afbraak van hemoglobine (rode bloedkleurstof) uit de rode bloedcellen . In de lever wordt bilirubine omgezet. Daarna wordt het met de gal, via de galblaas en de darmen, met de ontlasting afgevoerd uit het lichaam. Als er ergens in dit systeem een afwijking is, kan de bilirubinespiegel in het bloed stijgen, wat kan resulteren in geelzucht.

Er zijn twee typen bilirubine: indirect of ongeconjugeerd bilirubine (vóór omzetting in de lever) en direct of geconjugeerd bilirubine (na omzetting in de lever). Samen worden deze twee totaal bilirubine genoemd. Een toename van direct bilirubine wijst op een verstopping van de galwegen of op leverbeschadiging. Een toename van indirect bilirubine is een aanwijzing dat er te veel rode bloedcellen worden afgebroken, zoals bij hemolytische anemie.


De normaalwaarde voor bilirubine is < 17 μmol/l (bij volwassenen)


Albumine

Albumine is een eiwit dat voorkomt in het menselijk bloed. Het eiwit helpt met het transport van vele andere eiwitten, hormonen, vitamines, medicijnen en voedingsstoffen in ons lichaam. Het wordt gemaakt in de lever en is het meest voorkomende eiwit in het bloed plasma. Beschadiging van levercellen leidt tot verminderde albumineproductie en daling van het albuminegehalte van het bloed. Ook mensen die ondervoed zijn of abnormaal veel eiwit verliezen via de darmen of de nieren, kunnen een verlaagde albuminespiegel vertonen.


De normaalwaarde albumine = 35-55 g/l

 

Protrombinetijd

De protrombinetijd (in seconden) is een maat voor de bloedstolling. De protrombinetijd meet met name de activiteit van die stolfactoren waarvan de activiteit afhankelijk is van vitamine K. Een lange tijd duidt op vertraagde stolling en kan passen bij een vitamine K tekort, bijvoorbeeld als gevolg van een verstoorde opname in de darm. Ook wordt deze test gebruikt om de mate van ontstolling ("bloedverdunning") te bepalen bij patiënten die hiervoor geneesmiddelen (orale antistolling) nemen, en onder controle zijn van de trombosedienst. In zeldzame gevallen kan er een (erfelijk) tekort zijn aan een bepaalde stollingsfactor (bv Factor VII). Bij het meten van de protrombinetijd wordt gekeken hoe lang het bloed nodig heeft om te stollen. Bij leverfalen worden minder stollingseiwitten aangemaakt, wat leidt tot een langere protrombinetijd. Dit kan ook andere oorzaken hebben, zoals het gebruik van bloedverdunners of een erfelijke afwijking die leidt tot een tekort aan eiwitten die een rol spelen bij de bloedstolling.


De normaalwaarde prothrombinetijd is tussen de 12 en 15 seconden

Ammoniak

Bij de afbraak van eiwitten in het lichaam komt de giftige stof ammoniak vrij. Ook de bacteriën die in de darmen leven, produceren elke dag een behoorlijke hoeveelheid ammoniak. Ammoniak is lichaamsvreemde stof, daarom wordt ammoniak ook afgevoerd. Het ammoniak gaat eerst naar de lever waar het in ureum wordt omgezet. Het ureum wordt dan naar de nieren vervoerd waar het via de urine wordt afgevoerd.. Uit bloedonderzoek blijkt dan dat de ammoniakspiegel is verhoogd. Een verhoogde ammoniakspiegel is gevaarlijk en kan leiden tot beschadiging van de hersenen.

Bloedonderzoek Hemoglobine


Hemoglobine is een eiwit dat in het bloed voorkomt en het bloed de rode kleur geeft. Het is een belangrijk deel van rode bloedcellen (erytrocyten) en zorgt voor het transport van zuurstof door het lichaam. Het wordt vaak standaard getest als routineonderzoek en bij klachten zoals vermoeidheid. Een verlaagd hemoglobine gehalte wordt bloedarmoede (anemie) genoemd. Er zijn verschillende factoren van invloed op de hoogte van het hemoglobine. Uitdroging of veel drinken verdikt of respectievelijk verdunt het bloed. Daarnaast kan er teveel hemoglobine worden aangemaakt door het beenmerg of kan het verloren gaan bij een grote bloeding.

Anemie, een verlaagde hoeveelheid hemoglobine, wordt vaak gevonden bij bijvoorbeeld ijzertekort.

De normale waarden van hemoglobine is het bloed zijn
Mannen 8,5 – 11,0 mmol/l
Vrouwen 7,5 – 10 mmol/l
Zwangeren 6,8 – 8,7 mmol/l

 

Medical
website
Contact | Disclaimer
© 2012 Bloedcellen.nl All Rights Reserved